Hoge Raad der Nederlanden

Nieuws

Hoge Raad: pauzedrankje moet toch apart worden belast voor de btw

19-03-2026

Uitspraak van Hoge Raad

Op vrijdag 13 maart 2026 heeft de Hoge Raad beslist dat een pauzedrankje, dat opgenomen is in een theaterkaartje, apart moet worden bekeken voor de btw. Dit betekent dat over alcoholische pauzedrankjes alsnog 21% btw moet worden afgedragen.

Anders dan twee hofuitspraken

Dit is een verrassende uitspraak, want eerder hadden twee gerechtshoven in hoger beroep beslist dat een pauzedrankje een bijkomende prestatie is bij de hoofdprestatie van het verlenen van toegang tot een muziek- of theatervoorstelling (zie https://www.allarts.nl/nieuws/gerechtshof-beslist-pauzedrankjes-vallen-toch-onder-verlaagde-btw-tarief en https://www.allarts.nl/nieuws/ook-gerechtshof-amsterdam-beslist-dat-pauzedrankje-onder-9-btw-van-entreeprijs-valt). Maar de Hoge Raad denkt hier anders over.

Klik hier voor de uitspraak van de Hoge Raad (zie ook downloads).

Einduitspraak

Er is veel aan te merken op deze uitspraak, maar er kan geen verder beroep meer worden aangetekend, dus het gaat hier bij blijven.

Splitsen: van Single Purpose Voucher naar Multi Purpose Voucher

Theaters zullen daarom voortaan moeten gaan splitsen om het alcoholische pauzedrankje tegen 21% btw en de rest tegen 9% btw te kunnen belasten. Dat kan niet op het moment dat het kaartje wordt verkocht, want dan is nog niet bekend welk drankje de bezoeker gaat kiezen (en of de bezoeker wel een drankje gaat nemen). Hierdoor verandert de kaartverkoop van een Single Purpose Voucher (SPV) in een Multi Purpose Voucher (MPV) en hoeft de btw niet meer afgedragen te worden op het moment van de voorverkoop van de kaart, maar pas na de voorstelling, als bekend is hoeveel er tegen 9% en hoeveel tegen 21% btw is geleverd. Tegenover het nadeel van de hogere btw, kunnen theaters door de verschuiving van SPV naar MPV hiermee wel een liquiditeitsvoordeel krijgen.

Geen btw-afdracht als er geen drankje wordt genomen

Na deze uitspraak zijn er drie mogelijkheden qua btw-toepassing voor het pauzedrankje: alcoholisch (21/121 btw), non-alcoholisch (9/109 btw) en geen drankje (geen btw). Slechts over het werkelijke gebruik van het pauzedrankje moet btw berekend worden en dat is niet alleen een onderscheid tussen alcoholisch en non-alcoholisch, maar het wordt ook van belang of een bezoeker wel een pauzedrankje neemt. Zo niet, dan is daarover geen btw verschuldigd door het theater. Bij een pauze zullen meer bezoekers een drankje nemen, maar als er geen pauze is en het drankje na afloop van de voorstelling wordt gegeven, gaan sommige mensen weg zonder iets gedronken te hebben. Zij hebben echter wel betaald voor het drankje in hun entreekaart, maar van dat deel hoeft geen btw te worden afgedragen.

Ook gevolgen voor artiesten en gezelschappen

De hogere btw voor het alcoholische pauzedrankje zal gaan doorwerken naar de afrekeningen van veel artiesten en gezelschappen die in de theaters optreden. Het btw-nadeel wordt zo door verschillende partijen gedeeld.

Btw Gerechtelijke uitspraak btw-ondernemer Aftrek van voorbelasting