05-03-2011 / Moskeewinkel en aftrek fictieve vrijwilligerskosten
De uitspraak van Gerechtshof Den Bosch van 24 september 2010 over een moskeewinkel is ook van groot belang voor culturele instellingen. Hof Den Bosch besliste in hoger beroep dat een moskeewinkel fictieve vrijwilligerskosten mocht aftrekken, hetgeen betekent dat de tijd van vrijwilligers mocht worden omgerekend tegen het minimumloon en van de winst mocht worden afgetrokken alsof die kosten gemaakt zouden zijn. Er zijn dan twee gunstige gevolgen:
(1) de instelling kan daarmee onder de grens van € 7.500 winst per jaar (of € 37.500 winst per 5 jaar) blijven en vrijgesteld zijn voor de vennootschapsbelasting (o.g.v. art. 6 Wet VPB)
of
(2) de instelling blijft ondanks deze aftrek boven die winstgrenzen, maar mag dan de fictieve vrijwilligerskosten aftrekken, zodat minder VPB moet worden betaald (o.g.v. art. 9, lid 1, onderdeel i Wet VPB)
Er zijn wel drie voorwaarden voor deze aftrekpost:
- er moet een algemeen maatschapplijk belang op de voorgrond staan (hetgeen bij een religieuze instelling het geval is)
- de instelling een specificatie hebben van de vrijwilligersuren, namen en adressen en evt. betaalde vergoedingen
- er mag geen ernstige concurrentieverstoring ontstaan door deze fictieve kostenaftrek
Ook culturele instellingen kunnen hiervan gebruik maken, omdat ook zij een algemeen maatschappelijk belang op de voorgrond hebben staan. Zie hiervoor de uitspraak over het theater, die wij op 13 februari j.l. publiceerden.
De staatssecretaris van Financiën heeft op 24 november 2010 laten weten dat hij geen cassatie zal instellen tegen deze uitspraak (en tegen een andere uitspraak), maar dat hij wel overweegt om de wet te wijzigen. Wat hij dan anders zou willen is echter vooralsnog onduidelijk.
Zie bijgaande uitspraak + commentaren.