04-12-2010 / Tax conference in Mumbai, India

Vandaag heeft Dick Molenaar op de International Tax Conference in Mumbai, India een presentatie gegeven over art. 17 (artiesten en sporters). Er waren 550 deelnemers, velen uit India zelf, maar ook Europeanen, Amerikanen en anderen. Plus een goede afvaardiging van de OESO uit Parijs.

De presentatie was dat het begrijpelijk is dat de OESO in 1963 een speciale regeling heeft ingevoerd voor artiesten en sporters, omdat die zo mobiel zijn dat ze kunnen suggereren in een belastingparadijs (zoals Monaco) te wonen. Maar ook dat de uitwerking te ver is doorgeschoten en niet alleen de bovenste 3% topartiesten en -sporters raakt, maar nog harder de 97% daaronder, die helemaal niet proberen de belasting te ontlopen.

Inmiddels heeft de Nederland in 2007 de bronheffing afgeschaft en worden ook tijdens Olympische Spelen in 2010 en 2012 en de ICC World Cup Cricket in 2011 (in India) eenzijdig geen bronbelasting meer geheven, hetgeen een goede ontwikkeling is. Maar daarbij wordt vergeten dat sommige landen de belastingvrijstellingsmethode voor buitenlandse artiesten- en sportinkomsten gebruiken, waardoor dubbele belastingvrijstelling kan ontstaan. Zoals met Simon Amman uit Zwitserland, die twee gouden medailles won in Vancouver 2010. Of de bronheffing is zo laag, dat met vrijstelling in het woonland een belastingvoordeel ontstaat, zoals met Spanje op het WK Voetbal in Zuid-Afrika 2010, waar slechts 15% werd geheven van de salarissen en bonussen van de spelers. Spanje heeft wel de vrijstellingsmethode en Nederland niet, dus een tax incentive voor de Spanjaarden om net iets meer hun best te doen in de verlenging van die finale.

Er zijn 4 problemen met art. 17, namelijk

  1. De uitbreide werking van art. 17(2)
  2. De niet-aftrekbaarheid van kosten in veel landen
  3. De problemen bij het verkrijgen van tax credits in het woonland
  4. De administratieve lasten en het gedoe

Oplossingen op korte termijn zijn mogelijk, namelijk

  • Art. 17(2) terugbrengen tot de limited approach, dus alleen voor misbruiksituaties met starcompanies in belastingparadijzen. Voorbeeld is art. 17(2) van de Amerikaanse 2006 Model Income Tax Convention.
  • Vrijstelling voor werknemers, die met hun werkgever uit hun woonland komen optreden. Zoals in oude Duitse belastingverdragen.
  • De-minimis-rule van $100,000 p.p. per jaar, waaronder geen belasting wordt geheven.

En dat in combinatie met de tax credit methode in het woonland, zodat daar normaal wordt geheven.

Maar deze verbeteringen zouden wel van te voren toegepast moeten kunnen worden, want als er eerst belasting moet worden ingehouden, die later pas weer kan worden terug gevraagd, zijn de problemen nog steeds niet opgelost.

De beste oplossing zou echter zijn om art. 17 af te schaffen. Want het artikel is helemaal niet nodig om belastingontwijkingsgedrag van topartiesten en -sporters tegen te gaan. Daarvoor is een nationale bronbelasting voldoende. In verdragssituaties kan vrijstelling van bronheffing worden verleend, want dan is heffing in het woonland verzekerd. Zeker als een goede vrijstellingsprocedure wordt gevolgd, waarbij ook het woonland betrokken is.

Afschaffing van art. 17 zou landen niets kosten, want tegenover het opgeven van de belasting van buitenlanders staat dat geen foreign tax credits meer gegeven hoeven te worden aan inwoners. Per saldo = 0.

Maar wel veel minder administratieve lasten en dus iedereen blij. Terug naar de normale internationale belastingregels.

Categorie: Nederlandse artiesten in het buitenland

« Terug