30-10-2010 / Nieuwe kabinet zet BTW-verhoging door

Het nieuwe kabinet heeft gisteren een Tweede Nota van Wijziging op het Belastingplan 2011 ingediend bij de Tweede Kamer. Daarin staat de BTW-verhoging van 6% naar 19% voor de podiumkunsten en beeldende kunst. Per 1 januari 2011 moet het 19%-tarief gaan gelden voor de toegang tot muziek- en toneelvoorstellingen, de gages van artiesten en de verkoop van beeldende kunst door de kunstenaars zelf. Zie bijgaand wetsvoorstel + memorie van toelichting met de relevante passages.

Een aantal opmerkingen:

  1. Het wetsvoorstel maakt bovenaan blz. 5 duidelijk dat dit een politieke keuze is. Maar is hiervoor een meerderheid?
  2. In onderdeel 2.1 op blz. 5 staat een in zichzelf tegengestelde redenering, namelijk enerzijds meer aandacht willen schenken aan de eigen verdiencapaciteit van de cultuursector, maar anderzijds de BTW verhogen.
  3. Er wordt een overgangsregeling voor in 2010 verkochte kaarten voor optredens in 2011 voorgesteld. Dit lijkt heel aardig, maar is geen overgangsregeling, want volgens art. 13, lid 2 Wet OB is de BTW reeds verschuldigd als een vooruitbetaling wordt ontvangen. De wet is dus al zo als de overgangsregeling voorstelt. De sector kan zich pas goed voorbereiden op de BTW-verhoging als de datum bijvoorbeeld 1 augustus 2011 zou zijn.
  4. De verwijzing naar het Evaluatierapport verlaagd btw-tarief voor cultuur en media van september 2008 lijkt sterk op 'selectief winkelen', want de conclusies die hier in de Memorie van Toelichting worden getrokken zijn erg eenzijdig. Het Evaluatierapport is veel subtieler over de effecten van de BTW-verlaging op de podiumkunsten. Zie bijgaande stukken uit dit Evaluatierapport.
  5. In het wetsvoorstel wordt gesproken over 'gesubsidieerde podiumkunsten', zoals in de tweede alinea van blz. 6, maar de BTW-verhoging raakt voor minstens 80% de niet-gesubsidieerde podiumkunsten. Nagenoeg alle theaters van de VSCD zijn zelf wel gesubsidieerd, maar hebben vooral een niet-gesubsidieerd programma. En daarnaast zijn de bedragen bij de grotere musicals en popconcerten en -festivals zo omvangrijk, dat inkomsten van de theaters daarbij in het niet vallen.
  6. Waarom podiumkunsten wel en circussen en bioscopen niet? Het argument dat de vraaguitval bij bioscopen op 7,1% en bij podiumkunsten op 4,3% geschat wordt is erg mager. Worden alle theater- en muziekvoorstellingen vanaf 2011 als circussen geprogrammeerd?
  7. Interessant is dat dit nieuwe rechtse kabinet hiermee een belastingverhoging invoert, die vooral de hogere inkomens zou raken. Dit staat zowel aan het einde van onderdeel 2.1 als in onderdeel 2.2. Nog afgezien van de vraag of dit wel waar is, zou je een dergelijk voorstel van een partij als de VVD niet verwachten, het voorstel raakt haar eigen achterban.
  8. Er is nauwelijks een motivering voor de BTW-verhoging voor de verkoop van beeldende kunst door de kunstenaar zelf.
  9. De extra kosten van de Arbeidstijdenwet en de vergrijzing in de technische staf van de theaters en gezelschappen bestaan nog steeds, dus de redenen uit 1998 voor de verlaging van het BTW-tarief zijn ook vandaag nog steeds geldig.
  10. Duidelijk is dat het kabinet wil dat de podia hun entreeprijzen met de BTW verhogen. Een kaartje van € 20,- nu (incl. 6% BTW) moet in 2011 dus € 22,50 gaan kosten (incl. 19% BTW). Het kabinet vindt dat het publiek de verhoging moet gaan betalen en verwacht dat er op langere termijn slechts 4,3% minder bezoekers zullen komen.
  11. De BTW-verhoging staat op gespannen voet met de paragraaf over Cultuur in het Regeerakkoord, waarin staat: "De overheid schept condities op het gebied van kunst en cultuur die de kwaliteit verhogen en de toegankelijkheid waarborgen" en "Culturele instellingen en kunstenaars worden meer ondernemend en gaan een groter deel van hun inkomsten zelf verwerven".

Elf veelal kritische opmerkingen. De BTW-verhoging lijkt het doel van het kabinet, namelijk het verminderen van de afhankelijkheid van subsidies, te missen. Om de berekende extra belastingopbrengst kan het hier niet gaan, want in hetzelfde wetsvoorstel wordt de 90 miljoen euro voor 60 miljoen teruggesluisd naar het bedrijfsleven, dus er zou slechts 30 miljoen euro overblijven. Moet dat worden afgewenteld op de bezoekers van voorstellingen en kopers van kunst?

« Terug