17-10-2019 / Artiesten en sporters met een eigen BV en verrekening van buitenlandse belasting

 
1. Probleem
Voor artiesten en sporters met een eigen BV is de verrekening van buitenlandse belasting vaak een probleem. De Belastingdienst staat alleen verrekening toe met de vennootschapsbelasting (Vpb) van de BV, maar die is slechts 20 – 25% (en gaat omlaag naar 15 – 21,7%), terwijl de buitenlandse belasting 10 – 30% bedraagt. Daarbij komt dat in het buitenland meestal over de volledige gage belasting wordt geheven, maar in Nederland eerst kosten moeten worden afgetrokken waardoor het belastbare bedrag dus veel lager is. In die kosten zit ook het salaris voor de artiest of sporter.
Kortom, meer betaalde buitenlandse belasting dan verrekening met de Nederlandse Vpb, dus gedeeltelijk dubbele belastingheffing.

2. Verrekening in Vpb en IB
Wij zijn hier al een tijd mee bezig, met name met het aspect van het salaris dat de belastbare winst van de BV verlaagt, maar wel in de inkomstenbelasting (IB) van de artiest of sporter belast wordt. Zou die artiest of sporter dan persoonlijk in de IB ook verrekening van buitenlandse belasting moeten krijgen?
De tekst van art. 17 OESO Modelverdrag geeft aanleiding om dit te denken (zie bijlage), want daarin wordt het heffingsrecht voor zowel het persoonlijk inkomen van de artiest c.q. sporter (lid 1) als voor de ander aan wie de gage wordt betaald (lid 2) aan het land van de werkzaamheden toegekend. Daardoor zouden ook beiden voorkoming van dubbele belasting moeten krijgen.

3. Twee rechtszaken
Wij hebben hierover twee rechtszaken aangespannen en daarin werden onlangs uitspraken gedaan. Ze gaan over een DJ en een cellist, die vergelijkbaar zijn, namelijk in Nederland woonachtig en geregeld optreden in het buitenland. De twee artiesten zijn directeur en enig aandeelhouder van hun BV’s en krijgen daarvoor een salaris. De gages van de optredens worden door de buitenlandse concertorganisatoren aan de BV betaald.
De inkomsten van de artiesten zijn nagenoeg altijd belastbaar in de landen van de optredens, omdat Nederland in zijn belastingverdragen art. 17 van het OESO Modelverdrag heeft overgenomen. Tegenover dit heffingsrecht verleent Nederland voorkoming van dubbele belasting (art. 23 OESO Modelverdrag). In geschil bij beide Rechtbanken was of de artiesten de belasting van de buitenlandse optredens niet alleen met de Vpb maar ook met de IB konden verrekenen.

4. Uitspraken
Maar in beide zaken werd afwijzend geoordeeld door de Rechtbank:
- Rechtbank Gelderland (zaak DJ) oordeelde op 1 juli jl. dat de arresten van de Hoge Raad van 9 februari 2007, waarop wij een beroep hadden gedaan, niet toepasbaar zijn in deze zaak. In die arresten van de Hoge Raad ging het om een wielrenner, voetballer en schaatser, waarvoor de wielerbond, voetbalclub/KNVB en schaatsploeg de inkomsten hadden gekregen. Die hadden de inkomsten verantwoord in hun jaarrekening (en evt. Vpb-aangifte), maar toch was de Hoge Raad van mening dat een deel van het salaris van de sporters toerekenbaar was aan de landen van de optredens, omdat de sporters hun persoonlijke werkzaamheden daar deels verricht hadden. Hierdoor hadden de sporters persoonlijk recht op voorkoming van dubbele belastingheffing, in dat geval volgens de vrijstellingsmethode.
- Rechtbank Noord-Holland (zaak cellist) oordeelde op 12 september jl. dat de cellist de bronbelasting die bij de BV was ingehouden niet deels ook kon verrekenen met zijn IB. Deze zaak werd met name op feitelijkheden afgewezen, omdat de Rechtbank vond dat niet aannemelijk was gemaakt dat de buitenlandse bronbelasting was ingehouden.


5. Hoger beroep
In beide zaken zijn wij in hoger beroep gegaan, want wij vinden dat o.g.v. art. 17, lid 1 en 2 OESO Modelverdrag toch verrekening bij zowel de BV’s als de artiesten persoonlijk mogelijk moet zijn. In de eerste zaak zijn we meer ingegaan op de overwegingen van de Hoge Raad uit 2007, in de tweede zaak zullen we duidelijker moeten zijn over de betaalde buitenlandse belastingen.

6. Oplossing
Hiermee proberen we te bereiken dat het probleem van veel artiesten en sporters met buitenlandse inkomsten dat (een deel van) de buitenlandse belasting niet verrekenbaar is, wordt verholpen. Dat is een onrechtvaardig resultaat, te hoge belastingheffing.

7. Verandering bij Belastingdienst en Ministerie?
Maar we hopen ook dat de Belastingdienst (samen met het Ministerie van Financiën) hier anders over gaat denken, want als zij deze verrekening wel gaan toestaan wordt een probleem van dubbele belasting verholpen. Enerzijds heeft Nederland in 2007 de belastingheffing van buitenlandse artiesten en sporters hier afgeschaft, maar anderzijds moet Nederland zijn eigen artiesten en sporters met optredens in het buitenland niet tegenwerken maar juist helpen.

 

Categorie: Nederlandse artiesten in het buitenland

« Terug