26-08-2016 / Minimumdrempel opnemen in belastingverdragen

 

Nederlandse artiesten en sporters moeten belasting in het buitenland betalen als ze daar optreden of wedstrijden doen. Terug in Nederland moeten ze wederom belasting betalen, maar mogen ze die buitenlandse belasting dan meestal verrekenen met Nederlandse belasting of krijgen ze soms vrijstelling van Nederlandse belasting. Maar de kans is vrij groot dat die verrekening of vrijstelling minder is dan de buitenlandse belasting, dus dat er deels dubbel betaald moet worden. Zeker als de jaarlijkse inkomsten niet al te hoog zijn ligt dat erg voor de hand. Wij hebben over die problematiek al vaak geschreven.

Eén mogelijkheid om dat te verhelpen is om een minimumbedrag in te voeren voordat die buitenlandse belasting mag worden geheven. Amerika doet dat in zijn belastingverdragen, standaard met een minimum van $20,000 per artiest of sporter per jaar. Het belastingverdrag met Nederland is van 1992 en toen was $10,000 nog gebruikelijk. Onlangs heeft Amerika zich voorgenomen om vanaf 2016 met verdragslanden af te spreken om de inkomsten tot $30,000 vrij te laten.

Deze minimumdrempel wordt sinds 2014 ook door de OESO aanbevolen aan andere landen om in hun belastingverdragen op te nemen. Als voorbeeld geeft de OESO een bedrag van 15000 IMF Special Drawing Rights, wat omgerend ca. € 20.000 is.

In de bijgaande artikelen heeft Dick Molenaar de achtergrond van deze minimumdrempel beschreven. Het zou mooi zijn als Nederland hiervan actief gebruik zou gaan maken en in elk nieuw belastingverdrag een zo hoog mogelijke minimumdrempel voor artiesten en sporters zou opnemen. Dat zou het optreden van Nederlanders in het buitenland fiscaal minder nadelig maken.

Belangrijk is dan wel dat de minimumdrempel al gedurende het jaar toepasbaar is, want als het pas achteraf zou kunnen gaat een groot deel van de effectiviteit verloren.
 

Categorie: Nederlandse artiesten in het buitenland

« Terug