23-09-2014 / Wetsvoorstel Beschikking Geen Loonheffingen (BGL) ingediend

 

BGL vervangt VAR, opdrachtgever wordt mede-verantwoordelijk


1. Wetsvoorstel

Gisteren is het wetsvoorstel Besluit Geen Loonheffingen (BGL) ingediend bij de Tweede Kamer. De bedoeling is dat er nog maar één BGL komt, die de huidige drie VAR’s (wuo, dga en row) gaat vervangen. Deze BGL moet aangevraagd worden met een webmodule, die direct de uitkomst geeft, dus er hoeft niet meer gewacht te worden op een beschikking van de Belastingdienst. Wel wordt de opdrachtgever mede-verantwoordelijk voor een aantal criteria, want als die niet goed zijn ingevuld kunnen later alsnog loonheffingen worden nageheven bij de opdrachtgever. De BGL biedt dus geen absolute vrijwaring meer zoals een VAR-wuo of VAR-dga tot nu toe wel doet, maar alleen als de werkelijke omstandigheden kloppen met hetgeen op de aanvraag is ingevuld. De onzinnige VAR-row gaat gelukkig verdwijnen.


2. Webmodule komt nog

De webmodule is er nog niet, maar wordt nog ontwikkeld. In het wetsvoorstel staat dat het ca. 20 minuten gaat kosten om een BGL-aanvraag te doen en dat het elke volgende aanvraag sneller kan, omdat de vaste gegevens bewaard kunnen blijven.


3. Maar één BGL nodig als werkzaamheden hetzelfde zijn

Als de soort werkzaamheden en de manier waarop gewerkt wordt bij een volgende opdracht hetzelfde zijn, hoeft niet opnieuw een BGL aangevraagd te worden via de webmodule. Dus een artiest die elke keer voor een andere opdrachtgever werkt, maar dat op dezelfde manier en voorwaarden doet, kan telkens dezelfde BGL gebruiken om bruto uitbetaald te worden.


4. Opdrachtgever wordt mede-verantwoordelijk

Op de BGL zullen een aantal 'stellingen' komen te staan, namelijk afspraken en voorwaarden uit de overeenkomst tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, die bepalend zijn voor de uitkomst dat er geen dienstbetrekking bestaat en dus geen loonheffingen afgedragen hoeven te worden. De opdrachtgever moet controleren of dit klopt, want als dat niet zo is, kan er bij hem worden nageheven. Het wetsvoorstel geeft hiervoor drie voorbeelden dat de opdrachtnemer:
a. zich mag laten vervangen voor de uitvoering van zijn werkzaamheden
b. het risico draagt voor schade bij uitvoering van de werkzaamheden
c. zelf zijn werktijden mag bepalen

In de Bijlage bij het wetsvoorstel staat een langere lijst met de volgende doorslaggevende punten, die als 'stellingen' op de nieuwe BGL komen te staan:
- Uw opdrachtnemer zorgt zelf voor gereedschappen, hulpmiddelen en materialen
- De opdrachtnemer kan de werkzaamheden zonder uw toestemming door iemand anders laten uitvoeren
- Uw opdrachtnemer kan zelf de werktijden bepalen en hoeft zich ook niet te houden aan bloktijden
- Als uw opdrachtnemer ziek is, betaalt u niets door, u reserveert niets en u geeft geen toeslag voor ziektedagen
- Als uw opdrachtnemer vrij neemt, betaalt u niets door, u reserveert niets en u geeft geen toeslag voor vakantiedagen.
- U sluit rechtstreeks een overeenkomst met uw opdrachtnemer
- Uw opdrachtnemer heeft in de afgelopen 6 maanden geen soortgelijk werk bij u in loondienst gedaan
- Als het werk niet voldoet aan de opdrachtovereenkomst, moet uw opdrachtnemer dat werk gratis aanpassen of opnieuw doen
- Uw opdrachtnemer is aansprakelijk voor de schade die hij veroorzaakt bij normale uitoefening van de werkzaamheden.

Twee van deze voorbeelden zijn bepaald niet doorslaggevend voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst/dienstbetrekking, namelijk (1) het zelf moeten verrichten van de werkzaamheden, want dat kan bij een opdrachtovereenkomst ook, en (2) het op vaste tijden moeten werken, want dat werd in de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak MCE/Edelenbos van 8 mei 1998 al afgewezen (zie download).

Wat ons betreft staat de belangrijkste 'stelling' er niet eens bij, namelijk of de opdrachtnemer onder 'doorlopend werkgeversgezag' van de opdrachtgever werkzaam is, waardoor er sprake is van een 'gezagsverhouding' en dus van een civielrechtelijke arbeidsovereenkomst ofwel fiscale dienstbetrekking. Het moet dan wel gaan om meer dan "het geven van enkele aanwijzingen", zoals bij een opdrachtovereenkomst mogelijk is.


5. VAR 2014 blijft voorlopig nog geldig, BGL krijgt aanloopperiode

Het wetsvoorstel zal de komende tijd worden behandeld door de Tweede en Eerste Kamer. Zolang blijft de VAR 2014 geldig, ook als dit doorloopt in 2015. Als het wetsvoorstel BGL is aangenomen komt er eerst een overgangsperiode van VAR naar BGL, zodat iedereen er aan kan wennen.

 

 

Hiermee lijkt ons zeker nog niet alles duidelijk, maar de komende tijd zal ongetwijfeld nog veel meer over deze nieuwe BGL en webmodule gezegd en geschreven worden.

Bij de downloads staan het volledige wetsvoorstel en de toelichting op de webmodule. 
 

« Terug