27-11-2012 / Toch geen fiscale eenheid mogelijk tussen stichting en dochter-BV

Sinds 1 januari 2012 is het fiscale voordeel van een stichting met een dochter-BV komen te vervallen. Sommige theaters hadden hun horeca en musea hun winkel in een dochter-BV ondergebracht en  keerden na afloop van het jaar de winst uit aan de stichting. Als die stichting de ANBI-status had was de winstuitkering aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting (VPB) bij de dochter-BV. Die hoefde hierdoor geen VPB te betalen en de commerciële inkomsten konden voor het goede doel worden gebruikt.

Helaas is deze structuur ook in andere sectoren populair geworden en de Staatssecretaris van Financiën heeft in 2011 enkele malen laten weten dit gebruik niet wenselijk te vinden. De doorslag voor de wetswijziging per 2012 was de dreiging dat woningbouwstichtingen als ANBI's zouden worden aangemerkt, waardoor zij de winst uit hun commerciële dochter-BV's onbelast naar de moederstichting konden overhevelen. Nog voordat de Hoge Raad hierover op 13 januari 2012 uitspraak deed had de Staatssecretaris van Financiën deze mogelijkheid al uit de wet geschrapt.

Wel kan sinds 1 januari 2012 de gift van een dochter-BV voor 50% met een maximum van € 100.000 per jaar van de belastbare winst van de BV worden afgetrokken, mits de begiftigde een ANBI is. Dat zou ook de moederstichting kunnen zijn, volgens de staatssecretaris. Maar dan wordt nog wel de helft belast met VPB.

Wij hadden bedacht dat een fiscale eenheid voor de VPB van stichting en moeder-BV ook een oplossing kon zijn. Volgens de Wet VPB was dat echter niet mogelijk, omdat stichtingen meestal niet VPB-plichtig zijn, maar met de optie van integrale VPB-plicht van art. 2, lid 9 Wet VPB hadden wij het idee dat hier een verruiming moest kunnen worden gegeven.

Maar helaas, de Staatssecretaris van Financiën wil dat niet doen. In zijn brief van 26 november schrijft hij dat hij de wet op dit punt nioet gaat aanpassen (zie bijgaande brief).

Culturele instellingen met een dochter-BV hebben nu drie mogelijkheden om de VPB te verminderen:

  1. Veel overhead- en programmakosten doorrekenen aan de dochter-BV, zodat de winst daar daalt en minder VPB verschuldigd is
  2. Accepteren dat nog slechts 50% van de winst als gift aftrekbaar is bij de dochter-BV (tot max. € 100.000 per jaar)
  3. Meer rigoreus: de activiteiten van de dochter-BV inbrengen in de hoofdstichting en de BV opheffen. Sinds 2012 brengt dit de ANBI-status niet meer in gevaar.

Categorie: Geefwet, ANBI- en CI-status en VPB

« Terug