21-02-2012 / Vacatiegeld en onkostenvergoedingen (bij ANBI)

Een van de voorwaarden voor de ANBI-status is dat aan de leden van het orgaan dat het beleid van de instelling bepaalt (dus het bestuur of de raad van toezicht), niet meer mag worden betaald dan een vergoeding van kosten en een niet bovenmatig vacatiegeld (art. 41a, lid 1, onderdeel e Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting). Maar hoeveel is dat?

Sinds eind 2008 / begin 2009 is de regeling voor vacatiegeld als volgt: per vergadering maximaal 3% van het maximum van salarisschaal 18 van Bijlage B bij het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren, waarbij de voorzitter 130% daarvan kan krijgen. Wij hebben dit uitgerekend per 2012 en komen per vergadering op:
- max. € 256 voor gewone leden
- max. € 333 voor de voorzitter.

Het lijkt ons echter redelijk om onder deze maximumbedragen te blijven, afhankelijk van de zwaarte van de functie in het bestuur of de raad van toezicht.

Hiernaast mogen de reis- en verblijfkosten worden vergoed.

Vacatiegeld en kostenvergoeding gelden niet als iemand "qualitate qua", dus uit hoofde van een andere betaalde functie zitting neemt in een bestuur of raad van toezicht.

Natuurlijk werken heel veel besturen en raden van toezicht onbezoldigd, dus zonder vergoeding, maar als wordt overwogen om wel een betaling te bieden dan gelden de voorgaande maxima om niet in strijd met de ANBI-regeling te handelen.

Categorie: Geefwet, ANBI- en CI-status en VPB

« Terug