21-03-2013 / Commentaar NTFR 2013/569: Einduitspraak in de Feyenoord-zaak

 

De Hoge Raad heeft op 8 maart jl. de einduitspraak gedaan in de Feyenoord-zaak. Het was geen verrassing dat de HR de eerdere uitspraak van het Europees Gerechtshof van 18 oktober 2012 volgde en dus bevestigde dat Feyenoord loonbelasting moet afdragen van de twee vriendschappelijke wedstrijden tegen Tottenham Hotspur (2002) en Fulham (2004). Het recht om een bronheffing toe te passen wordt hiermee erkend en dat is juridisch juist.

Maar de uitspraak heeft wel tot dubbele belastingheffing geleid, want de Nederlandse 20% loonbelasting is niet door Tottenham Hotspur en Fulham verrekend met Britse belasting. En daar laat deze uitspraak zien dat de internationale belastingheffing van sporters (en artiesten), verwoord in art. 17 van de belastingverdragen, tot problemen leidt. Het is jammer dat de verschillende rechters daarvoor geen oog hebben gehad. Misschien dat Nederland en het Vernigd Koninkrijk dit nog samen willen oplossen.

De Nederlandse regering heeft wel ingezien dat dit een problematisch onderwerp is en heeft per 2007 eenzijdig de belastingheffing afgeschaft van buitenlandse sporters en artiesten uit landen waarmee Nederland een belastingverdrag heeft. Hetzelfde probleem als van deze Feyenoord-zaak hoeft zich tegenwoordig dus niet meer voor te doen. Nu nog wel de situatie voor Nederlandse sporters en artiesten verbeteren, want bij hun buitenlandse optredens komt deze dubbele belastingheffing nog vaak voor.
 

Categorie: Buitenlandse artiesten in Nederland

« Terug